Boom van het Jaar 2026

//Boom van het Jaar 2026

Boom van het Jaar 2026

Kwekers, handelaren en professionele gebruikers hebben de doodsbeenderenboom (Gymnocladus dioica) verkozen tot Boom van het Jaar 2026. Van de 312 stemmen ging maar liefst 64% naar deze boom. Meer aandacht is de boodschap, zeker in (middel)grote tuinen en openbaar groen.

Gymnocladus dioica, Doodsbeenderenboom#Kentucky Coffe Tree

Toegegeven, in een kleine tuin kun je er niet zoveel mee. Daarvoor wordt Gymnocladus dioica simpelweg te groot. Toch is het goed dat deze boom is verkozen tot Boom van het Jaar 2026, voor (middel)grote tuinen en zeker voor parken is het een aanwinst. De wetenschappelijke naam is opgebouwd uit de Griekse woorden gumnos (naakt) en klãdos (tak). Ze verwijzen naar de basistakken, waaraan maar weinig zijtakken staan. Van de Gymnocladus-soorten komen er drie voor in China, Myanmar en het noordoosten van India. De voor Nederland toepasbare soort G. dioica is te vinden in Noord-Amerika en heet daar Kentucky Coffee Tree. De zaden uit de grote peulen zouden, na te zijn geroosterd, door de kolonisten noodgedwongen zijn gebruikt om koffie van te zetten. De smaak lijkt overigens in de verste verte niet op die van koffie, dus over de waarheid van dit verhaal zijn er de nodige twijfels. G. dioica haalt in Noord-Amerika 20-30 meter hoogte met een kroondoorsnede van zo’n 15 meter. De gezonde boom groeit niet snel, maar kan met gemak honderd tot honderdvijftig jaar oud worden. In Nederland wordt hij rond de tien meter hoog.

Gymnocladus dioica doodsbeenderenboom gele herfst verkleuring

GRIJZIG WINTERSILHOUET
Kenmerkend bij G. dioica is de vrij open kroon, zonlicht filtert er makkelijk doorheen. De kroon is zoals gezegd opgebouwd uit dikke, weinig vertakkende hoofdtakken. De stam kleurt donker grijs en is op latere leeftijd ruw en diep gegroefd. Dat is een bruikbare sierwaarde omdat de boom relatief lang kaal is, pas in de tweede helft van mei begint hij uit te lopen, en het blad valt, nadat het in de herfst heldergeel verkleurt, relatief snel af. Dat dubbel geveerde, tot wel negentig centimeter lange en bijna even brede blad loopt wat roze-achtig uit, maar kleurt al snel naar groen. Een extra sierwaarde is dat de lange bladspillen, nadat het blad is gevallen, rood kleuren en nog lang aan de boom blijven. Die bladspillen heb ben een knekelvormige verdikking aan het begin van de bladsteel, het is daarom dat de boom in het Nederlands doodsbeenderen boom wordt genoemd. Die naam heeft hij ook te danken aan zijn gehele wintersilhouet; de grove forse takken hebben in de winter een doodse grijzigheid. Dat open wintersilhouet heeft als voordeel dat de boom in de donkere wintermaanden toch veel licht doorlaat. Al van afstand is deze G. dioica goed te herkennen. De bloei in wit achtige pluimen is ondergeschikt, bij vrouwelijke bomen verschijnen de genoemde peulen. SPANNENDE VERHALEN Spannende verhalen doen de ronde over deze boom. Zo is het nog altijd onduidelijk hoe de zaden zich door de tijd heen konden ver spreiden. De peulen zijn immers giftig en voor de gemiddelde grazers te leerachtig om ze goed te kunnen vermalen. De kans op ver spreiding door dieren is daardoor erg klein. Wat tot nu toe wordt gedacht is dat mammoeten duizenden jaren geleden mogelijk wel in staat zijn geweest tot het vermalen van de peulen en dat zij de zaden zo konden verspreiden. Wetenschappers zijn er nog niet uit. Tegenwoordig gaat de natuurlijke zaadverspreiding via stromend water. In natte gebieden rotten de peulen weg, waarna de zaden vrijkomen om vervolgens te ontkiemen. Een ander boeiend verhaal is dat de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika de harde zaden onder andere gebruiken als dobbelstenen, in rammelaars of als muziekinstrument. De regio’s waar zij verbleven zijn nog altijd plekken waar de bomen van nature voorkomen.

gymnocladus-gydioica Gymnocladus dioicus groenblad

2026-05-07T15:14:50+02:007 mei 2026|Nieuws|
De Tuin in vier seizoenen