Tuinplanten met tropische allure

//Tuinplanten met tropische allure

Tuinplanten met tropische allure

Gember (Zingiber officinale) is verreweg de meest bekende soort uit de familie Zingiberaceae. Deze plantenfamilie, met de belangrijkste vertegenwoordigers in de tropen en subtropen van Azië, omvat veel soorten met schitterende bloemen die het tot verrassing prima doen in de tuin. Met name het geslacht Hedychium is aan een siertuinverovering bezig.

Hedychium maximum Yunnan

Hedychium maximum Yunnan

Het geslacht Hedychium bestaat uit ruim vijftig soorten die voornamelijk in het zuiden van China en de Himalaya voorkomen. De soorten met tuinwaarde zijn gemakkelijke planten die ieder jaar terugkomen en zich langzaam uitbreiden. Tijdens het groeiseizoen stellen ze prijs op veel water en voedsel en ze houden van een warme en beschutte plek in de tuin. De bodem moet voldoende doorlatend zijn om wortelschade door overmatige nattigheid in de winter te voorkomen. Hedychium groeit vanuit dikke vleesachtige ondergrondse stengels, de rhizomen. Ze zijn met name interessant voor beplantingen met een tropische uitstraling. Naast de bloei en vruchten biedt de plant een exotische aanblik door het weelderige blad, het hele groeiseizoen lang. Combinaties met grassen, bamboe, banaan, Canna en varens geven een mooi effect. In ons klimaat kunnen ze het beste een plek in de volle zon krijgen. Zolang er voldoende gefilterd zonlicht aanwezig is zal Hedychium het ook onder bomen goed doen. In gemengde borders zijn deze gembers een goede aanwinst door de hoogte en de kleurrijke en geurende bloemen. De dikke rechte of gebogen stengels zijn voorzien van grote, groene, brede lancetvormige bladeren. De grootste soorten kunnen een hoogte bereiken van drie meter. Er zijn ook soorten met een purperrode kleur aan de onderkant van het blad zoals Hedychium greenii en vormen van Hedychium spicatum. Zoals veel gembers komt Hedychium laat uit de winterrust maar door een snelle groei wordt dit in de loop van de zomer meer dan goed gemaakt. In juli beginnen de eerste soorten met bloeien. De meeste bloeien echter in de nazomer, met een piek in september.

Hedychium greenii

Hedychium greenii

De bloemkleuren variëren van wit naar geel, abrikoos, oranje, rood en zalmkleurig, waarbij de lange meeldraad vaak een contrasterende kleur heeft. Deze opvallende meeldraad geeft de bloem een hoge decoratieve waarde. De vroege bloeiers zijn voor ons klimaat de beste keus, zeker omdat deze ook het meest winterhard zijn. Na de bloei komt er nog een toegift in de vorm van vruchten die, als ze openbarsten, feloranje van binnen zijn met dieprode vlezige aanhangsels waarin de zwarte zaden zitten. Verschillende soorten geuren ook sterk. Het aroma van de bloemen verschilt per soort. Hedychium coronarium ‘Chrysoleucum’, bij voorbeeld, verspreidt een fris geurende, sterk citroen-gember aroma, terwijl een soort als Hedychium forrestii een zoete geur heeft. Op warme dagen, vooral in de loop van de middag en avond, is de geur het best waarneembaar.

TIJD NODIG
Hedychium, en ook de andere gemberachtigen voor de tuin, hebben tijd nodig voor ze uit de winterrust komen. Maak je geen zorgen als in er mei nog niet zoveel groei te zien is. Om de periode daarvoor in de tuin al kleur te geven kunnen ze gecombineerd worden met vroegbloeiende bolgewassen zoals narcissen, Allium of Arisaema. Vermoedelijk is de daglengte een prikkel voor de plant om te gaan groeien en door extra water of voedsel versnel je dat niet. Pas tussen de IJsheiligen en de langste dag ontwikkelen ze zich in snel tempo. Door klimaatverandering en daardoor hogere temperaturen in de voorzomer, doen ze het wel beter bij ons. Als ze zich goed gesetteld hebben, dus als ze als sterke planten vroeg in het jaar zijn uitgeplant, zijn het zelfs op zware klei grond probleemloze planten, mits die grond in de winter niet kletsnat blijft. In de rizomen is voedsel opgeslagen en hierop zit ten ook de slapende knoppen. Evenals bij veel andere planten met rizomen bevinden deze zich vlak onder de oppervlakte. Ze zijn daardoor in de winter kwetsbaar voor vorst en in de zomer voor uitdroging en te veel hitte. Als ze in de late herfst afsterven is het wenselijk om het blad en de oude stengels als bescherming over de rizomen uit te spreiden. Vaak vallen de afgestorven stengels in de herfst als een waaier rond de plant waardoor het hart onbedekt blijft. Het is dus noodzakelijk om die massa even te ordenen en over de planten te leggen. Hedychium coronarium en Hedychium deceptum ‘Rubrum’ stellen prijs op extra winterbedekking. Als deze soorten in de winter te koud staan dan is de hergroei na de winter te langzaam en bloeien ze te laat. Vooral op kleigrond maar ook op zandgrond stelt Hedychium prijs op extra mulch dat er jaarlijks bij gestrooid kan worden. Die mulchlaag geeft in de winter namelijk bescherming tegen de kou en in de zomer voor komt het uitdroging en verhitting van de rizomen. Het zijn ‘stayers’ waarvan de meeste soorten pas in de nazomer in bloei komen. Dat heeft er ook mee te maken dat er eerst een passende hoeveelheid bladeren gevormd moeten worden voor de bloemknoppen ontstaan. Johan: ‘Gemberachtigen hebben een soortspecifieke bladsequentie tot de bloeiwijze verschijnt. We hebben een meerjarig project lopen waarbij op meerdere locaties het aantal bladschijven op de stengels geteld wordt tot het verschijnen van de bloeiwijze. Het is verrassend om te zien dat dit volgens biologische wetmatigheden verloopt. Het lijkt erop dat elke soort jaarlijks een redelijk vast aantal bladeren maakt. Zo tellen we bijvoorbeeld bij Hedychium ‘Tara’ gemiddeld vijftien bladeren, bij Hedychium densiflorum ‘Sorung’ gemiddeld elf en gemiddeld zeven bij Hedychium spicatum ‘Purpurea’.’

Hedychium gardnerianum

Hedychium gardnerianum

SORTIMENT
Het aantal verkrijgbare soorten in Nederland schommelt tussen de vijftien en twintig. Daarnaast zijn er ook verschillende cultivars die in bloei- en groeivorm afwijken van de soort. In cultuur zijn ook hybriden ontstaan die veel sierwaarde hebben en soms hoger gewaardeerd worden dan de soorten. Maar wie streeft naar een tuin met een exotische uitstraling doet zichzelf tekort als hij/zij alleen de cultivars aanplant. Vijftig jaar geleden zag Wiert Nieuman zijn eerste Hedychium. ‘Helemaal zeker van de soort ben ik niet maar hoogstwaarschijnlijk was het Hedychium gardnerianum. Deze plant stond in een warme kas die in de winter op minimaal 18 °C werd gehouden.’ Onkunde van zijn toenmalige collega’s om hem zo warm te houden? Nee, ook in het boek ‘Hardy Gingers’ schrijft T.M.E. Branney dat men pas in 1990 ontdekte dat deze soort veel koeler gekweekt kan worden. Hedychium gardnerianum is de bekende geelbloeiende siergember die tegenwoordig ook nogal eens als kuipplant wordt gekweekt. Hiervan is ook een wat lager blijvende vorm die bekend is als ‘Compactum’. Zowel de soort als de cultivar heeft grote heldergele bloemen met oranjerode meeldraden. De bloemen verspreiden, vooral in de avond, een heerlijke zoete geur en deze toe gift maakt deze soort daardoor uitermate geschikt als terrasplant. Mits als kuipplant in goede grond geplant, kan hij een paar jaar in dezelfde grond blijven staan. In de groeiperiode moet er dan wel extra voeding krijgen. Omdat hij in de herfst bovengronds afsterft kan hij in vorstperioden in een donkere schuur verblijven. Op een beschutte plek en met een goede winterbedekking kan hij ook als tuinplant worden gekweekt. De meeste Hedychium-soorten hebben een losse bloeiwijze. Hedychium densiflorum daarentegen heeft een met veel bloemen bezette dichte aar. Deze soort geldt als een van de gemakkelijkste en sterkste soorten en hiervan zijn inmiddels verschillende cultivars verkrijgbaar. De cultivar ‘King’ wordt ruim een meter hoog en is daarmee een van de lagere soorten, waardoor hij ook in een kleine tuin perfect te gebruiken is. De bladeren zijn smal en hebben een rode bladaanzet. Deze Hedychium bloeit gewoonlijk al vanaf juli en gaat door tot ver in de herfst. De bloemen zijn oranjerood en geuren licht. Hedychium densiflorum ‘Stephen’ wordt met zijn ruim anderhalve meter aanmerkelijk groter. Deze cultivar begint in september te bloeien en heeft zwavelgele bloemen. Hedychium densiflorum ‘Sorung’ lijkt qua habitus op de voor gaande maar heeft oranjerode bloemen. ‘Assam Orange’ wordt één tot anderhalve meter hoog en heeft, zoals de naam al aan geeft, oranjekleurige bloemen. Hedychium greenii heeft een totaal ander voorkomen. Allereerst al het blad, dat is breder en is aan de onderzijde wijnrood en ook de bladstelen hebben die kleur. De grote helderrode bloemen zitten als een krans in een cluster aan het eind van de stengel en komen mooi boven de bladeren uit.

Hedychium ellipticum

Hedychium ellipticum

Deze soort wordt honderd tot honderdvijfentwintig centimeter hoog. Deze Hedychium uit het zuid westen van Bhutan is wat meer vorstgevoelig maar is de laatste twintig jaar voldoende winterhard. Geef deze soort een beschutte en warme standplaats en dek hem in de winter af met blad of blad riet en u zult er jaren van kunnen genieten. Hedychium forrestii wordt wel twee meter hoog en bloeit vanaf het midden van de zomer, met verspreid staande witte bloemen die als vlinders langs de bloemstengel zitten. Als toegift krijgt hij in het najaar prachtige rode stervruchten. Het is een krachtige groeier met grote bladeren die veel ruimte nodig heeft en als grote groep bijvoorbeeld prachtig uitkomt tegen een bamboebeplanting of voor hoge rododendrons. Hedychium ‘Tara’ moet zeker worden genoemd, want het is een cultivar die veel wordt toegepast. Deze kruising tussen Hedychium coccineum en Hedychium gardnerianum vormt een forse pol met stevige stengels van een tot anderhalve meter hoog, voorzien van brede licht golvende blauwgroene bladeren. Het is een plant die al jaren in de sierlijke groenteborder bij de Botanische Tuinen in Utrecht voor veel kleur en een exotisch tintje zorgt. De bloemaren kunnen wel vijfentwintig centimeter lang worden en bestaan uit helder oranje bloemen met lange meeldraden. Het is een aanrader, maar op zware kleigrond heeft juist deze Hedychium het vaak erg moeilijk. Pas de grond aan door er veel humus en brekerzand door te mengen en zet ze op een wat hoger deel van de tuin zodat ze in de winter iets droger staan. Hedychium deceptum ‘Rubrum’ wordt nogal eens aangeboden onder de synoniemnaam Hedychium rubrum. Het is een vrij recente introductie die ook bekend is als rode vlindergember. In het standaardwerk HARDY GINGERS van T.M.E. Branney, in 2005 uitgegeven door de Royal Horticultural Society, wordt hij nog niet genoemd. Hij wordt één tot anderhalve meter hoog en heeft opval lende rode bloemen. Deze soort komt uit het noordoosten van India en geldt bij ons als matig winterhard. Krijgen we weer een ouderwetse winter dan moeten de planten afgedekt worden met een dikke mulchlaag en eventueel bladriet of een laag blad. Hedychium deceptum Hedychium maximum Hedychium spicatum ‘Purpurea’ heeft niet, zoals de naam misschien doet vermoeden, rode bloemen, maar de onderkant van het blad is opvallend rood gekleurd. De bloemen zijn wit met een oranje stamper. Hedychium greenii Hedychium coccineum ‘Slim’s Orange’ is een nieuweling die slechts negentig centimeter hoog wordt en al begin juli met oranjekleurige bloemen begint te bloeien. Door zijn geringe hoogte en vroege bloei is het een geschikte plant voor kleine tuinen.

Hedychium greenii

Hedychium greenii

GOED OM TE WETEN
De bovengenoemde hoogtes van de verschillende soorten zijn van planten die al goed gesetteld zijn. Jonge planten blijven vaak lager en op minder voedselrijke grond bereiken ze die hoogte vaak ook niet. Tot nu toe zaait Hedychium zich gewoonlijk niet spontaan uit. Soms wordt er een enkele zaailing gevonden. Wie zelf uit zaad eens Hedychium wil kweken dient het zaad een koudebehandeling te geven. De gemakkelijkste manier daarvoor is in het najaar buiten zaaien op een zaaibedje of in potten. In zuidelijke landen, zoals de Azoren, kan Hedychium gardnerianum soms gaan woekeren. In de Evolutietuin van de Botanische Tuinen Utrecht is in 2024 een selectie aan soorten uitgeplant die een beeld geven hoe ze zich na enige tijd in de tuin kunnen ontwikkelen. De nationale collectie Zingiberaceae staat in de Botanische Tuin van de Technische Universiteit Delft en wordt gedeeld met Burgers’ Zoo in Arnhem. Aan deze planten wordt onderzoek aan zogenaamde secundaire plantenstoffen, een verzamelnaam voor producten die de plant aanmaakt maar die niet in dienst staan van de groei of reproductie (denk bijvoorbeeld aan afweerstoffen). In dit onderzoek wordt samengewerkt met de Universiteit van Wenen. De soorten uit dit artikel en andere voor de tuin geschikte Zingi beraceae zijn ook te vinden in de assortimentstuin van Perk Botanische Kwekerij & Tuin. www.perkgroen.nl

Hedychium greenii

Hedychium greenii

 

2026-06-09T14:32:02+02:009 juni 2026|Nieuws|
De Tuin in vier seizoenen